dinsdag 30 december 2008

Winterkonijn


In de Dominicus kerk is het druk op 1ste kerstdag. Het is één van de plekken waar uitbundig feest wordt gevierd. Er wordt geknutseld, schaak gespeeld, portret getekend. Non-stop lopen de vrijwilligers met schalen kerstbrood, boterhammen en zoetigheid. Er zijn optredens met clowns, Jordanese zangers en klassieke zangeressen. s'Avonds is er een popband die de beentjes van de vloer krijgt. Aan eindeloze tafels wordt een Hollandse maaltijd geserveerd in 3 gangen. Tot middernacht wordt er gekletst, gelachen, gedanst. Buurtbewoners, daklozen, kinderen, hulpverleners, gelovigen en ongelovigen, het mengt zich allemaal soepeltjes. Voor daklozen is deze feestperiode nog zo slecht niet. Er wordt beter gegeten en ze zijn op meer plekken welkom dan de rest van het jaar. Eén van de spelers uit mijn groep organiseert een paar dagen later een uitgebreid kertsdiner in haar eigen huis. Mamasan is één van de genodigden. Het is bitterkoud buiten. Het vriest niet alleen, maar er is een venijnige wind die langs je oren snijdt. Ze mag blijven slapen als ze dat wil. Maar hardnekkig weigert zij dit en wil toch graag terug naar haar tentje, ook al zijn de nachten zwaar. Ik trotseer de oostenwind op de fiets op weg naar mijn zusje. Een peuleschil vergeleken bij de nachtelijke ontberingen van Mamasan. Mijn zus woont op een sleepboot en op het dek staat een groot konijnenhok. Een bevriend stel gaat een week op de boot passen, omdat mijn zus met haar gezin een weekje weg is. Zij krijgen een rondleiding met uitleg, terwijl ik mijn vingers sta te ontdooien. "We waren even bang, dat het konijn niet op tijd zijn wintervacht zou krijgen." vertelt mijn zus, "Maar opeens had hij hem. Echt zo'n hele dikke wintervacht, precies op tijd!" en vervolgt tegen het stel dat zij het konijn nooit naar binnen moeten halen. "Het is een buitenkonijn. Mensen vinden het dan zielig, omdat het zo koud is buiten. Maar als je hem naar binnenhaalt, dan gaat hij pas echt kapot. Daar kan hij helemaal niet tegen. Dat betekent zijn dood." beklemtoont zij nog eens tegen het stel. "Buitenkonijnen moeten buiten blijven! Ook als het vriest!"

maandag 22 december 2008

Straatklinkers


Vijf van mijn spelers zingen bij de Straat- klinkers, het koor van het Straat- pastoraat. Ze komen bij elkaar op vrijdag- ochtend en iedereen is welkom. Het is dan ook een aardig mengelmoesje van leeftijden en kleur. Dak- en thuislozen, mensen met verslavingsproblemen, maar ook gewoon sympathisanten. Hier doet het er niet toe hoe je leeft en wat je achtergrond is. Hier geen moeilijke gesprekken of zware therapieën. Eigenlijk is dat best wel bijzonder, besefte ik weer eens toen ik erover aan een vriendin vertelde. Je hoeft geen merkkleding te dragen, je wordt niet afgerekend op status, je wordt niet beoordeeld op je uiterlijk. En er worden ook geen pogingen ondernomen om je te bekeren. Je mag ook gewoon als atheïst naar binnen. Dacht ik eerst dat het wel een hoog christelijk gehalte zou hebben, blijkt dat helemaal niet waar. Het zijn vooral meezingers, liedjes van de straat of uit de kroeg. Je hoeft geen bijzonder zangtalent te hebben om mee te zingen en zelfs ik durf mee te zingen. En dat terwijl ik thuis toch vooral mijn zangkwaliteiten stil moet houden omdat het decibellen van protest oproept bij mijn pubers. Het laatste wat ik met hen mocht zingen was 'in de maneschijn' en dat is verschrikkelijk lang geleden. Toen ik het nog allemaal voor het zeggen had. Maar dat terzijde. Zo af en toe klinkt er in deze groep wel degelijk een gouden keeltje. En onlangs is er een CD opgenomen, die binnenkort verkrijgbaar is. De Straatklinkers treden vooral in deze periode veel op in kerken, buurthuizen e.d. Mocht je daar iets over lezen, ga dan vooral even kijken. Ben je meteen alle stress kwijt over 8-gangen kerstdiners...

woensdag 5 november 2008

Reacties


Vrijwel zonder uitzondering krijgen we positieve reacties op de voorstelling. En het is wonderwel gelukt om alle voorstellingen door te laten gaan, op één na. Op verzoek van buurthuis Olympus hebben we toen een aangepast programma gedaan om er toch een vermakelijke middag van te maken. Geen toneelsketches, maar wel liedjes, verhalen, dans, projecties en als speciaaltje onze dichteres. Zij droeg voor uit eigen werk en deed dat met verve. Het publiek was heel betrokken en vermaakte zich uitstekend. De coördinator was in haar nopjes vanwege het succes en het feit dat haar geplande middag niet in duigen was gevallen ondanks dat de theatervoorstelling aangepast was. Als enige van alle speelplekken werd er entree geheven. Maar het publiek kreeg waar voor haar geld. De (vooral) dames zongen uit volle borst mee, waagden zelfs een dansje met één van de daklozen en gaven veel complimenten over de gedichten. Maar wie schetst mijn verbazing als de coördinator achteraf haar beklag gaat doen. Het was niet wat zij had besteld en zij weigerde daarom de factuur te voldoen. Zoiets als in een restaurant je bord met smaak leeg eten en dan gaan roepen dat het toch eigenlijk die uitverkochte schotel had moeten zijn. Of naar de bioskoop gaan en je geld terughalen, omdat je dacht dat Robert de Niro een grotere rol in de film zou hebben. En geeft men ook het geld terug als je naar een musical gaat en het is toevallig de understudy die de hoofdrol vertolkt? Gek hoor. Eerst staan juichen en bedanken voor de gevarieerde en geslaagde middag en dan achteraf klagen dat het niet aan de verwachting heeft voldaan. Maar ja, er is veel tijdens deze productie waar ik mij over verbaas. Hulp komt uit onverwachte hoek (het thema van de productie ihkv Het Jaar van de Samaritaan), maar narigheid ook!

dinsdag 4 november 2008

Lest best


Omdat de kerk waar we gaan spelen ergens achter het winkel centrum staat en je er niet met een auto kunt komen onder winkeltijd, moet ik de spullen al voor 10uur brengen. Skeelerman assisteert. We spelen pas 's avonds, maar vanaf 19uur kan ik er weer komen. S. blijft bij mij. Het is een prachtige dag en we gaan in het zonnetje zitten op een terras. Kopje koffie, kopje thee. Niks aan de hand. En als ik het koud krijg (bij gebrek aan uierzalf) gaan we nog even naar binnen. Op straat staat een verwarde vrouw te schreeuwen. Als zij even later binnenkomt duurt het niet lang of er komt politie, die haar vraagt mee naar buiten te gaan. Eén van de agenten herkent mijn metgezel en vraagt zijn achternaam. Even later wordt hij meegenomen. Nou moe? Staat hij als Mr Ike ergens te schreeuwen en met tafels te gooien dan doen ze niks en zit hij rustig met mij aan de koffie dan moet hij ineens mee! Ik leg uit dat we een laatste voorstelling hebben en vraag of ze hem niet de volgende morgen kunnen meenemen en sla mezelf voor het hoofd dat ik niet net iets eerder ging afrekenen. Het mag niet baten, maar ze beloven mij op de hoogte te houden. Hij moet een gesprek aangaan met iemand van het crisisteam. Een paar uur later wordt hij weer vrijgelaten. Hij is er heel rustig onder gebleven, had een goed gesprek, zei-ie. De gebruikelijke tirades over opgejaagd worden blijven uit. Ook de rest van de dag/avond blijft hij heel ontspannen. De andere spelers zijn met de trein gegaan en worden onthaald op een heerlijke maaltijd. Ik durf met S. nergens meer naartoe te gaan en eet bij mij thuis een hapje. Tegen 19uur zijn we compleet en leggen de laatste hand aan de techniek. Iedereen is in een opperbeste stemming. De voorstelling draait dan ook als een tierelier. De spelers zijn op hun best! Het plezier spat eraf en de volle zaal (±175 man) geeft veel open doekjes en een staande ovatie. Naderhand is er een borrel en krijgen we veel persoonlijke reacties. We hadden het toernee niet beter af kunnen sluiten dan hier in Haarlem! De grande dame heeft op het station een gesprekje gehad met de bloemist (hoor ik van A.) en die roze rozen staan op mijn tafeltje. En elke keer dat ik ernaar kijk, denk ik: "Het is mooi geweest!".

Meeuwen en uierzalf


De volgende dag in Osdorp haal ik samen met Skeelerman de spullen op. De 80 jaar oude organisator belt en zegt, dat hij tussen de spullen nog een cadeaubon voor mij heeft neergelegd, omdat hij het bloemetje was vergeten. Wat een lieverd! Omdat ik een auto tot mijn beschikking heb en verder die dag geen verplichtingen, rijd ik met S. naar het strand in Bloemendaal. S. die vroeger op een taxi heeft gereden en nog maar zelden in een auto zit, geniet van het ritje. Herinneringen komen boven en hij verhaalt over de kunst van het taxirijden. Het strand is weids en verlaten. Slechts een enkele hond kwispelt langs de kustlijn met zijn baas. Wel zijn er meeuwen in grote getalen. "Het gaat om vet." begint hij. "Meeuwen kunnen tegen de koude dankzij hun vet. Nu het kouder wordt smeer ik mij ook altijd in met vet, met uierzalf. Dat heb ik van de vogels geleerd." Hij toont zijn glimmende handen en legt uit dat hij daardoor altijd van die zwarte rouwranden om de nagels heeft. 's Nachts heeft hij het zo helemaal niet koud, terwijl hij alleen een zeil boven zich heeft en slechts twee T-shirtjes onder zijn regenjas draagt. "Maar misschien moet ik nu toch eens een trui gaan halen." mijmert hij in de koude wind die in onze gezichten slaat, terwijl hij zijn ogen niet van de meeuwen af kan houden. "Het mooiste moment van de dag is als het donker wordt en ik mijn vuurtje kan stoken. Dat is zo lekker! De warmte gloeit dan in mijn gezicht, terwijl de kou ergens achter mijn rug is. Dan ga ik liggen en heb ik eindelijk rust." Hij is blij dat het nu kouder wordt. Niets is zo erg als de zomer, want dan is het veel te lang licht en komt hij niet aan zijn rust toe. En waarom mensen het lekker vinden om in een huis te wonen, dat begrijpt hij al helemaal niet. "Als je dat nou verteld in de voorstelling, dan begrijpt men een buitenmens misschien beter." opper ik. Tegen de tijd dat we terug zijn in Amsterdam en hij bij mij nog even zijn mobiel heeft kunnen opladen, is hij helemaal soezerig geworden. Vandaag geen aanvaringen! Hij duikt meteen zijn bos in, heeft helemaal zin gekregen in zijn vuurtje. En het idee alleen al maakt hem helemaal gelukkig.

donderdag 30 oktober 2008

Osdorp in de Ban


Als ik 's middags het decor kom halen bij de Diaconie hoor ik het al van verre. Hij gaat weer helemaal door het lint, gooit met tafels en staat de longen uit zijn lijf te schreeuwen. Zijn mobiel is gejat! Het inmiddels vertrouwde tafereel volgt. De politie komt de tuin in tegelijk met de straatpastor, die hem probeert aan te spreken. Inmiddels zoekt iedereen zich een ongeluk naar de telefoon, die gewoon op de verwarming blijkt te liggen. De rust is wedergekeerd, maar hij heeft dan alweer een schorsing te pakken. Al zijn spullen liggen verspreid en we helpen hem de boel bij elkaar te krijgen. Ik was van plan om dan toch maar de voorstelling af te gelasten, maar word overgehaald door de Grande Dame. "Het is zo belangrijk voor hem om mee te doen. Je kan dat niet afnemen en hij trekt heus wel weer bij." Ik besluit om toch te spelen en spreek af, dat hij later komt dan de rest van de groep. Ik zal hem persoonlijk ophalen met de auto. We rijden naar de Osdorper Ban, de St Lucaskerk. De andere spelers hebben al opgebouwd als we aan komen. Soep en broodjes staan klaar. We doen de laatste klusjes en worden dan geintroduceerd. "Wij willen graag aandacht geven aan de daklozen..." en dat doen ze. Het publiek is warm, reageert geweldig en zingt uit volle borst mee als Teacher 'Goodnight Ireen' zingt. De spelers zijn goed op dreef en improviseren behendig. Het is niet te merken dat we twee spelers minder hebben. En ook Skeelerman is geestig en rustig. Na de voorstelling komt een mevrouw enthousiast naar mij toe. Ze heeft genoten, gelachen, maar ook een traantje weggepinkt. Er is een lange nazit en de spelers zitten uitgebreid te babbelen met het publiek. Opgelucht ruim ik alles op en bel de straatpastoor om verhaal te doen. Dit was waarom we aan het project waren begonnen. Een beetje begrip en sympathie voor de doorgaans opgejaagde dakloze. Wat fijn, dat het doorgegaan is. Nog één voorstelling te gaan.

dinsdag 28 oktober 2008

Na Delft


De trip naar Delft heeft erin gehakt. Spelers willen niet meer met elkaar en zelfs de straatpastor vraagt mij in overweging te nemen om er maar helemaal mee te stoppen. Toch zou ik dat jammer vinden. We zijn er bijna! Het is goed om toch het toernee af te maken. We spreken af om het weekend iedereen met rust te laten. Daarna zullen we de spelers benaderen om te kijken of ze het weer aan kunnen. Maandag ga ik verschillende plekken af in de stad op zoek naar hen. Danseres J. vind ik in de Buurtboerderij. Zij is weer een beetje bijgekomen, haalt diep adem, maar is toch bereid om weer te gaan spelen, zelfs als Skeelerman meedoet. Als zij maar nooit meer met hem in de trein hoeft te zitten. Zij heeft wel vraagtekens of de rest van de groep wel wil. Door naar inloophuizen, waar ik niemand zie en dan naar de schrijversclub voor dak- en thuislozen. Teacher, die weliswaar helemaal dol werd van Skeelerman en uitgebreid verslag begint te doen van de trip naar Delft, wil hoe dan ook toch spelen. De Dichteres zie ik ook, maar zij duikt meteen voor mij weg. 'Je bent niet aanspreekbaar?' vraag ik overbodig. "Nee!" en ze maakt zich snel uit de voeten. Die moet ik een paar dagen met rust laten, dat is duidelijk. De Bouwer is waarschijnlijk nog niet vrijgelaten. Op de plek waar hij altijd gaat eten laat ik een briefje achter. Voor hem is Skeelerman sowieso geen issue. Op dinsdag zie ik de rest van de groep. Ook zij zijn bereid om weer mee te doen, alhoewel men vreest dat de Skeelerman toch weer begint te schreeuwen. De dichteres heeft zich ziek gemeld en doet in ieder geval woensdag niet mee, maar misschien wel de laatste voorstelling. "Als die baardaap maar uit mijn buurt blijft!" laat zij de straatpastor weten. Ik had even de hoop om het toernee met de voltallige groep af te kunnen sluiten, maar hoor zojuist dat de Bouwer twee weken heeft gekregen voor die rol vuilniszakken.