Videoclip van de Skeelerman is te zien op http://www.youtube.com/watch?v=UVF4TwK9_G4
woensdag 29 juli 2009
donderdag 9 juli 2009
Wildplassen
Dat deze dag de laatste dag zou zijn dat zij samen waren, konden zij in de verste verte niet vermoeden. Zij deelden al jaren lief en leed. Brachten altijd samen de nacht door, sloegen geen maaltijd over zonder elkaar en hadden zelden conflicten, ook al konden ze flink van mening verschillen. Ze deelden hun biertjes en verdedigden elkaar als er problemen waren of wanneer zij weggejaagd werden. Het dakloze bestaan in Nederland had deze twee maten met elkaar verbonden en daardoor was het leven een stuk verdraagzamer geworden. Ze wisten de instanties te vinden waar een maaltijd gescoord kon worden en de vervuilde kleding ingeruild kon worden voor schone. Dankzij de mondharmonica van Paul schaarden ze dagelijks wat geld bij elkaar voor het nodige bier. Nu het zomer is, is het leven een stuk makkelijker. Je hebt minder nodig om het warm te hebben en dat scheelt een hoop gedoe met spullen verstoppen in de bosjes. De kunst is alleen om het droog te houden 's nachts. Wel zijn de nachten kort, de vogels vroeg wakker en de muggen talrijk. Hoe langer de zomer duurt hoe vermoeider hun blikken. De biertjes hakken erin en de korte slaap is diep. Vlakbij de Hortus Botanicus hebben zij hun ideale zomerverblijf gevonden. Het is er rustig, er is veel groen en in de nabije vaart is het aangenaam pissen. Peter wordt deze ochtend wakker zonder Paul. Hij meent zich te herinneren dat hij hem nog heeft horen roepen, maar de slaap was diep. Hij zei het nog, toen ze voor het eerst aan de waterkant samen stonden te pissen en hadden besloten hier de zomer door te brengen. "Als je hier in valt, zie er dan maar uit te komen." En ze hadden gelachen bij die absurde gedachte.
zondag 21 juni 2009
Pyrrusoverwinning

Hij is een jaar in behandeling geweest bij de Jellinek. Gestopt met alcohol en drugsgebruik, psychotherapie gevolgd en ook van alle medicatie af. Geen methadon meer en geen andere pillen. En dat betekent heel wat na 35 jaar gebruiken. Hij heeft zijn krachten teruggevonden en zijn talent als tekenaar weten te ontplooien. Een overwinning van de bovenste plank! Dus op een goede dag hield de geboden therapie op van de Jellinek en kon hij terugkeren naar de maatschappij. Maar er was nergens een plek waar hij naartoe kon. Hij was al een paar jaar zijn huis kwijt, zwierf rond voordat hij bij de Jellinek werd opgenomen Er waren ook geen vrienden of familieleden bij wie hij (tijdelijk) kon intrekken. De enige mogelijkheid die hij had was zich aanmelden bij een pension, waar vooral druggebruikers zitten. Dat leek nou niet meteen een wenselijke plek om zijn nieuw verworven bestaan voort te zetten. Bovendien wilde hij graag de rust hebben om te kunnen tekenen. Een woning was het enige wat hij nodig had. Maar blijkbaar schiet de hulpverlening daar tekort. Bemiddelen naar een woning moet heel ingewikkeld zijn in Amsterdam. Blijkbaar is hij niet speciaal genoeg of zijn er een heleboel andere mensen die wel voorrang krijgen. Het is natuurlijk ook zijn eigen schuld, dat hij niet met een laptop rondloopt en dagelijks online kan kijken wat de aanbiedingen zijn op het woningnet. Hij weet sowieso helemaal niets van computers. En was het niet ook zijn eigen schuld, dat toen hij als therapeutische opdracht kreeg “teken een woonplek” hij een tentje had getekend? Zijn therapeute had toen al geroepen, dat wanneer je een tentje als woonplek tekent je dat ook als woonplek zult krijgen. Ze heeft gelijk gehad. Hij staat weer met een tentje ergens buiten. Al na een paar weken was de moed hem in schoenen gezonken. Hij was helemaal terug naar af, terug de straat op, terug naar overleven. Dan ook maar weer aan de alcohol en aan de dope. Nu kan hij tenminste terug op de wachtlijst van de Jellinek. Hopelijk duurt het niet te lang om weer opgenomen te worden. Misschien is dat het wel, dat de Jellinek eigenlijk haar klanten niet kwijt wil. Gewoon op straat schoppen, dan komen ze vanzelf terug!
zondag 3 mei 2009
Drama Koniginnedag

De dag naderde dat hij definitief zijn huis uit werd gezet. Hij was al zijn baan kwijt, had nauwelijks een sociaal netwerk en zou nu ook nog dakloos worden. Het enige wat hij nog wel had, was zijn auto en iedereen weet wat hij daarmee heeft gedaan. Hij had niet nog meer te verliezen en wilde nog één keer wraak nemen als een ware zelfmoordcommando; In naam der Koningin, zoals ook op die brieven had gestaan die hij de laatste tijd kreeg.
Ik weet nog goed, dat mijn broer op die andere middag bij mij binnen kwam vallen. Hij had allerlei tassen bij zich, waarin zijn belangrijkste spullen zaten en wat kleding. Tekeningen en tekengerei, zijn gitaar, een sterrenkijker die hij ooit van een dierbare oom had gekregen. “Godverdomme! Ik ben mijn huis uitgezet!” Ze waren al bezig zijn huis te ontruimen, toen hij aan kwam lopen. Het meeste lag al in een container. Hij kon nog net een paar spullen redden. Het was als een doffe klap, alsof je ineens in een vertraging terecht komt en geluiden anders klinken. “En mijn vogeltje…” Hij snikte, deze grote stoere man. Met kooi en al is het vogeltje door de dierenbescherming afgehaald. Het zangvogeltje zou niet meer vrij rondvliegen. Alleen dat al was een gedachte die hem gek maakte. Hij had de brievenbus niet meer opengehaald de laatste tijd. Het was toch altijd ellende. Rekeningen, aanmaningen, hij hield het niet meer bij. De woningbouwvereniging Almere had gewaarschuwd. Drie maanden huurschuld en je wordt uit je huis gezet. En zo geschiedde, tot op de dag nauwkeurig. De huurschuld was slechts € 648. Waarom zou je nog 1 dag langer wachten? Eruit met die wanbetalers! Gewoon de straat opschoppen! Zo doen wij dat in Nederland! Rücksichtlos. In naam der Konigin!
dinsdag 24 maart 2009
Lente
Het is altijd weer een mooie ommekeer in het jaar. Die eerste zonnestralen die beloven dat er toch echt een lente gaat komen. Terrassen stromen meteen vol, ook al zit iedereen nog met zijn winterjas aan. Weg dat benauwde winterhol. Naar buiten! Tijd om weer meer mensen te ontmoeten waarvan sommigen alleen op het terras. Zo ook Ronnie. Altijd in voor een gezellig gesprek. Hoe ben jij de winter doorgekomen? Ronnie is op staande voet ontslagen. Hij reed al jaren met een personenbus verstandelijk gehandicapten naar hun bestemming. Ronnie is van het type lekker in de kroeg hangen en een beetje kletsen. Gezelligheid met zijn vrienden Whiskey, Bier en Wijn. En ook al ging hij die dag nuchter naar zijn werk, het promillage in zijn bloed was nog hoog van de afgelopen nacht. De blaastest was genadeloos. Hij kon zijn bus en zijn rijbewijs ter plekke inleveren en werd afgevoerd. Hij had geen inkomen meer, wist niet hoe de huur te betalen en hij voelde zich schuldig naar de kinderen toe. Reden om nog meer te gaan drinken. Op een dag viel hij gewoon uit de tram, stomdronken en brak zijn heup. Met twee krukken aan zijn zijde zit hij daar. Het dunne zonnetje doet zijn schedel glimmen. Een kopje thee staat op de tafel voor hem. Hij vervolgt zijn verhaal van Jellinek, medicijnen en afgekeurd worden door de arts. Dat heeft hem een WAO opgeleverd en nu is alles weer goed. Hij staat droog, is weer veel aan het lezen en op zoek naar een nieuwe hobby. Hij is net op tijd ontsnapt. Laat die lente maar komen!
woensdag 11 maart 2009
Stilte
Op dinsdag is er meditatie in het Straat- pastoraat. Ik besluit om een keer mee te doen. We zitten in een kring. Sommigen op kussens, anderen op stoelen. In het midden een schaal met grote kaars en groene takjes, daar omheen waxinekaarsjes. Een gelezen tekst luidt de komende concentratie in. Er klinkt een belletje en het is stil. Zo stil heb ik het daar nog niet eerder meegemaakt. Mensen die doorgaans toch veel verhaal kwijt moeten en zich snel opwinden over van alles en nog wat; zij zwijgen. Geuren prikkelen in mijn neus. De geur van kampvuur, verbrande takken. De geur van ongewassen lichamen. Maar wonderbaarlijk geen zweetvoetengeur! Ik hoor ver weg wat straatgeluiden. Ik hoor een vogel. Ik hoor adem. Ik raak bewust van de stand van mijn handen en voel dat ik iets uit het lood zit op het ronde kussen. Ik dwaal af naar mijn eigen gedachten maar probeer niet te denken. Herinner mij een oude mantra.
Ik verdwijn in het niets.
Maar beelden duiken toch ongevraagd op. Ik zie Jack. Jack die voor de trein springt. Jack die met een zachte glimlach in een fotolijstje staat terwijl er allemaal zwijgende mensen op banken zitten, de handen gevouwen, de ruggen gekromd, de blik verslagen. Jack die zomaar besloot ermee te stoppen. Eerst was er de reuma die maakte dat hij niet meer kon tekenen (zijn werk en passie). Zijn oudste dochter ging op kamers. Zijn vrouw besloot van hem scheiden. Hij woonde een tijd samen met zijn zoon van 13 jaar. Maar de stilte in zijn werk, de stilte in huis als zijn zoon naar school was, bracht hem aan de drank. De drank maakte hem langzaam kapot. Hij viel van de kruk af in de keuken, van de trap af op weg naar zijn slaapkamer. Hij vergat boodschappen te doen of viel in slaap terwijl hij probeerde te koken. Zijn zoon werd weggehaald bij hem. Hij meldde zich bij de Jellinek en 9 maanden lang bleef hij droog en hoopvol. Alles om zijn zoon weer terug te winnen. Maar de rechter was niet te vermurwen. En toen ging het snel. Hij keerde terug naar de drank, viel weer van de trap, maar wist deze keer geen hulp te vinden. Afgelopen week om half zes was er een tragische gebeurtenis aan het spoor in Diemen-Zuid.
Het belletje klinkt. De stilte wordt verbroken en er worden meteen opmerkingen gemaakt. Ik kijk de kring rond. Gegroefde gezichten. Vermoeide blikken. Vettige haren. Rafelranden aan vale kledingstukken. Knoestige vingers en vervuilde handen. Er komt beweging in de stramme lijven en het vuur vlamt terug in de ogen. Voor hen hoeft het niet zo lang, die stilte, nog lang niet, die eeuwige stilte. Nog even en de skeelerman begint weer flink begint te razen. Deze keer gaat het over kontkijkers in de gevangenis, over het feit dat daklozen nep-criminelen zijn en zelfs in de bajes geen waarde krijgen. Hij schreeuwt, hij zal laten horen dat hij niet kapot te krijgen is! En deze keer vind ik dat niet irritant. Hij leeft.
zaterdag 21 februari 2009
Geronimo
"Wie zou niet Geronimo willen zijn?" roept hij uit nadat hij een foto uit zijn binnenzak heeft gevist waarop hij als klein jongetje zijn favoriete indiaan speelt. Een rode band om zijn hoofd geknoopt, ontbloot mager bovenlijfje en een stok die hij met twee knuisten stevig vasthoudt. Hij staat in de aanvalshouding, zijn ogen glimmen, zijn mondhoeken krullen. "Kom maar op, wie doet mij wat!" Niet wetend dat het vooral de vertedering is, waardoor niemand hem wat zal doen. "Ze kregen hem niet te pakken hoor. Elke keer weer wist hij te ontsnappen" vervolgt Ric en even vlamt er eenzelfde gloed in zijn ogen als op de foto. Ook hij moet voortdurend zien te ontsnappen. Maar dan aan de politie om geen boetes te krijgen voor wildplassen of doelloos op straat hangen. Hij moet zorgen niet weggejaagd te worden van de moeizaam gevonden slaapplek, waar net een beetje beschutting is, niet zozeer tegen de kou maar vooral tegen ongewenste ogen. En hij moet zorgen om absoluut niet in dat reservaat van daklozen te komen, wat ze willen bouwen ergens in Drente. De laatste der Apachen heeft zich uiteindelijk overgeven. Er was een legermacht van 5000 soldaten voor nodig om hem en nog 35 anderen te pakken te krijgen en te deporteren. Uiteindelijk zijn deze indianen 'vrijgelaten' in Oklahoma. Geronimo sleet zijn laatste jaren als boer en verkocht souvenirs aan toeristen. En altijd heeft hij spijt van zijn overgave gehad. Nog één keer prevelde hij de namen van al zijn krijgers voor hij voorgoed vertrok naar de eeuwige jachtvelden. Vermoeid stopt Ric de foto weer weg. Tussen de stapel papieren herken ik de gele briefjes. "Nou, ik ga maar weer." Hij rolt een shaggie, loopt naar buiten, blijft staan. Met geknepen ogen scant hij de straat af. Links...dan rechts...weer links... Hij haalt diep adem en gaat dan langzaam op in het straatbeeld.
dinsdag 10 februari 2009
Lopen
Het is zelfs in de winter prettig joggen in het Westerpark. Ik volg het pad wat begint bij het oude parkdeel; knoestige bomen, vijver, bankjes, zandbak, loop langs het weidse veld wat het cultuurpark markeert, passeer de oude boerderij en de schooltuinen, volg de sloot die rondom het tuinencomplex ligt en dan terug langs het fietspad om weer uit te komen bij het oude park. Daar spelen moeders met kleine kinderen in de zandbak en op de klimrekjes en verderop hangt een groepje drinkebroeders bij een bankje. Het pad wat ik volg is grotendeels een hondenpad. Hier mag de riem los en de tennisballen vliegen in het rond. Hier wordt gesnuffeld en maken hun baasjes de hondenpraatjes. Langs het tuinencomplex is het een stuk stiller. Een enkele fietser die de shortcut heeft ontdekt van dit grove zandpad. Ik kom er eigenlijk vooral joggers tegen. Maar soms loopt hij daar. Gebogen en in zichzelf gekeerd. Zijn motoriek verraadt geen enkele actie, zijn tred geen enkele richting. Hij is ongeschoren en in zijn halflange donkerblonde haren zitten klitten. Zijn geruite bomberjack ziet er lichtvervuild uit. Zijn handen zijn diep in de zakken gestoken. Hij merkt niet dat iemand naar hem kijkt. Soms stopt hij, zomaar. Hij blijft staan, richt zijn hoofd naar boven, maar de ogen naar beneden. Hij weet niet waar hij naartoe moet. Hij is de weg kwijt, zijn hoofd kwijt, zijn hele hebben en houwen kwijt. Hij is nog vrij jong, maar voelt zich zo oud als Methusalem. Het gewicht van een verloren leven druk zwaar op de schouders. Deze man zal zich niet aansluiten bij de drinkebroeders in het oude park. Voor hem hoeft het niet, een halfliterblikje Bestbier. Hij niet. Het helpt hem niet en hij voelt zich niet thuis bij hen. Hij voelt zich nergens thuis. De ruimte rondom het Westerpark moet ruimte in zijn hoofd scheppen. Blijven ademhalen. Ik passeer hem, moet doorlopen. Doorlopen om het niet koud te krijgen. Doorlopen om de motor draaiende te houden. Doorlopen om ruimte in mijn hoofd te maken. Doorlopen om niet stil te staan. Doorlopen....
maandag 2 februari 2009
Roken
Met een bevriend stel de kroeg ingedoken. Heerlijk dat er niet meer gerookt word! Vroeger hield ik het hier niet lang vol. Ik kreeg al snel last van benauwdheid en na een uur vluchtte ik steevast met pijn in mijn longen. En dan de volgende dag! Rokers hebben geen idee hoe alles stinkt. Maar bij mij ging na een kroegbezoek alle kleren in de was, de haren in de shampo, de conditioner en de jas naar de stomerij. Reden om in de loop der jaren steeds minder te gaan.
Mijn gezelschap is zwaar verslaafd. Om beurten gaan ze naar buiten. Nee, het is niet meer gezellig, beginnen ze te mokken. Je mist de helft van alle gesprekken en ben je net op dreef in een discussie dan is er altijd wel iemand die toch naar buiten moet. Maar wat nog vervelender is, dat je plek zo weg is. Die moet streng bewaakt. Daarom gaan ze ook niet samen naar buiten. Ook niet gezellig. Bovendien is het hartstikke koud buiten. Jas aan, jas uit. Allemaal gedoe. En het genieten van de combinatie slokje-trekje gaat ook niet meer. De Nederlandse vertrutting heeft hen uit de kroeg gejaagd.
Inloophuizen voor dak- en thuislozen hebben er geen last van. Daar mag wel gerookt worden en het staat er dan ook blauw. In dit circuit rookt vrijwel iedereen. Het is een sport om shaggies te krijgen. Roken en een bakje pleur. Een genotsmoment en een mogelijkheid om even tot rust te komen. Mijn speler D. zuigt zorgvludig aan zijn verfrommeld shagje. Hij vindt het rookverbod geweldig. Hij hoeft nooit meer shag te kopen. Alle peuken liggen buiten. Vooral ook lange peuken van ongeduldige rokers die weer naar binnen willen. Soms gaan er maar 2 peuken in één vloeitje, daar waar hij er eerst wel 4 of 5 voor nodig had. Je hoeft ook niet meer te zoeken, voortdurend de stoep af te scannen. Het ligt allemaal gewoon op de stoep voor de kroeg, voor winkels, voor bedrijven. Groot voordeel dus, dat roken buiten. Voor hem goedkoop en tijdbesparend. Hij leegt gul zijn zakken en gooit wat peuken op tafel voor de anderen. Het gaat nu alleen nog maar om vloeitjes. Kan de overheid niet daar iets aan doen, grijnst hij vrolijk.
woensdag 14 januari 2009
Dagbesteding
Zinvolle dag- besteding heet het. Het houdt je van de straat en je krijgt er iets voor terug. Je moet er wel voor in een uitkering zitten. Zo kun je gaan mediteren en krijg je daarna een gratis uitgebreide lunch of je kunt een middag naar de schrijversclub, waar je olv Christine Otten je pen scherpt en €5 toe krijgt. Ben je vrouw en heb je een GGZ-verklaring dan kun je workshops volgen op het gebied van persoonsontwikkeling en krijg je niet alleen een gezonde lunch (met salades), maar ook 10€ toe. Je bent bezig, leert wat en houdt er een beetje geld aan over. Mijn kleedster heeft een strak schema. Ze zingt, doet yoga, knutselt, helpt met koffie zetten en opruimen. Zo scharrelt ze op allerlei plekken een beetje extra geld bij elkaar. Maar geld moet rollen en het brandt in haar zakken. Wat erin komt, moet er ook meteen weer uit. Ze geeft het vooral uit aan kleding, ook al puilen de kasten uit en weet ze nog amper waar ze het moet laten. Ik kom haar tegen op de maandagmarkt in de Westerstraat. Er staat een koude wind en het is er een stuk rustiger dan gewoonlijk. Ze glundert. "Moet je kijken, een broek voor maar 1 euro!" en ze pakt de buit uit. Meestal past het wel, maar deze keer twijfelt ze een beetje. Ze heeft zoveel gesnoept rond de feestdagen, dat ze een buikje heeft gekregen. Maar ze geeft het dan wel aan iemand, net zo makkelijk. Het gaat immers vooral om de jacht en minder om de buit. Maar ze moet verder, want ze heeft nog niet alle stallen gehad en 's middags moet ze naar de volgende zinvolle dagbesteding. Overigens is het ook zo, dat wanneer je geen uitkering hebt je niet in aanmerking komt voor deze regelingen. Dus wanneer je helemaal niets hebt, geen inkomsten hebt, dan krijg je ook niets. Ga je toch iets anders tegen die bedelaar aankijken die voor Albert Hein staat.
dinsdag 30 december 2008
Winterkonijn
In de Dominicus kerk is het druk op 1ste kerstdag. Het is één van de plekken waar uitbundig feest wordt gevierd. Er wordt geknutseld, schaak gespeeld, portret getekend. Non-stop lopen de vrijwilligers met schalen kerstbrood, boterhammen en zoetigheid. Er zijn optredens met clowns, Jordanese zangers en klassieke zangeressen. s'Avonds is er een popband die de beentjes van de vloer krijgt. Aan eindeloze tafels wordt een Hollandse maaltijd geserveerd in 3 gangen. Tot middernacht wordt er gekletst, gelachen, gedanst. Buurtbewoners, daklozen, kinderen, hulpverleners, gelovigen en ongelovigen, het mengt zich allemaal soepeltjes. Voor daklozen is deze feestperiode nog zo slecht niet. Er wordt beter gegeten en ze zijn op meer plekken welkom dan de rest van het jaar. Eén van de spelers uit mijn groep organiseert een paar dagen later een uitgebreid kertsdiner in haar eigen huis. Mamasan is één van de genodigden. Het is bitterkoud buiten. Het vriest niet alleen, maar er is een venijnige wind die langs je oren snijdt. Ze mag blijven slapen als ze dat wil. Maar hardnekkig weigert zij dit en wil toch graag terug naar haar tentje, ook al zijn de nachten zwaar. Ik trotseer de oostenwind op de fiets op weg naar mijn zusje. Een peuleschil vergeleken bij de nachtelijke ontberingen van Mamasan. Mijn zus woont op een sleepboot en op het dek staat een groot konijnenhok. Een bevriend stel gaat een week op de boot passen, omdat mijn zus met haar gezin een weekje weg is. Zij krijgen een rondleiding met uitleg, terwijl ik mijn vingers sta te ontdooien. "We waren even bang, dat het konijn niet op tijd zijn wintervacht zou krijgen." vertelt mijn zus, "Maar opeens had hij hem. Echt zo'n hele dikke wintervacht, precies op tijd!" en vervolgt tegen het stel dat zij het konijn nooit naar binnen moeten halen. "Het is een buitenkonijn. Mensen vinden het dan zielig, omdat het zo koud is buiten. Maar als je hem naar binnenhaalt, dan gaat hij pas echt kapot. Daar kan hij helemaal niet tegen. Dat betekent zijn dood." beklemtoont zij nog eens tegen het stel. "Buitenkonijnen moeten buiten blijven! Ook als het vriest!"
maandag 22 december 2008
Straatklinkers
Vijf van mijn spelers zingen bij de Straat- klinkers, het koor van het Straat- pastoraat. Ze komen bij elkaar op vrijdag- ochtend en iedereen is welkom. Het is dan ook een aardig mengelmoesje van leeftijden en kleur. Dak- en thuislozen, mensen met verslavingsproblemen, maar ook gewoon sympathisanten. Hier doet het er niet toe hoe je leeft en wat je achtergrond is. Hier geen moeilijke gesprekken of zware therapieën. Eigenlijk is dat best wel bijzonder, besefte ik weer eens toen ik erover aan een vriendin vertelde. Je hoeft geen merkkleding te dragen, je wordt niet afgerekend op status, je wordt niet beoordeeld op je uiterlijk. En er worden ook geen pogingen ondernomen om je te bekeren. Je mag ook gewoon als atheïst naar binnen. Dacht ik eerst dat het wel een hoog christelijk gehalte zou hebben, blijkt dat helemaal niet waar. Het zijn vooral meezingers, liedjes van de straat of uit de kroeg. Je hoeft geen bijzonder zangtalent te hebben om mee te zingen en zelfs ik durf mee te zingen. En dat terwijl ik thuis toch vooral mijn zangkwaliteiten stil moet houden omdat het decibellen van protest oproept bij mijn pubers. Het laatste wat ik met hen mocht zingen was 'in de maneschijn' en dat is verschrikkelijk lang geleden. Toen ik het nog allemaal voor het zeggen had. Maar dat terzijde. Zo af en toe klinkt er in deze groep wel degelijk een gouden keeltje. En onlangs is er een CD opgenomen, die binnenkort verkrijgbaar is. De Straatklinkers treden vooral in deze periode veel op in kerken, buurthuizen e.d. Mocht je daar iets over lezen, ga dan vooral even kijken. Ben je meteen alle stress kwijt over 8-gangen kerstdiners...
woensdag 5 november 2008
Reacties
Vrijwel zonder uitzondering krijgen we positieve reacties op de voorstelling. En het is wonderwel gelukt om alle voorstellingen door te laten gaan, op één na. Op verzoek van buurthuis Olympus hebben we toen een aangepast programma gedaan om er toch een vermakelijke middag van te maken. Geen toneelsketches, maar wel liedjes, verhalen, dans, projecties en als speciaaltje onze dichteres. Zij droeg voor uit eigen werk en deed dat met verve. Het publiek was heel betrokken en vermaakte zich uitstekend. De coördinator was in haar nopjes vanwege het succes en het feit dat haar geplande middag niet in duigen was gevallen ondanks dat de theatervoorstelling aangepast was. Als enige van alle speelplekken werd er entree geheven. Maar het publiek kreeg waar voor haar geld. De (vooral) dames zongen uit volle borst mee, waagden zelfs een dansje met één van de daklozen en gaven veel complimenten over de gedichten. Maar wie schetst mijn verbazing als de coördinator achteraf haar beklag gaat doen. Het was niet wat zij had besteld en zij weigerde daarom de factuur te voldoen. Zoiets als in een restaurant je bord met smaak leeg eten en dan gaan roepen dat het toch eigenlijk die uitverkochte schotel had moeten zijn. Of naar de bioskoop gaan en je geld terughalen, omdat je dacht dat Robert de Niro een grotere rol in de film zou hebben. En geeft men ook het geld terug als je naar een musical gaat en het is toevallig de understudy die de hoofdrol vertolkt? Gek hoor. Eerst staan juichen en bedanken voor de gevarieerde en geslaagde middag en dan achteraf klagen dat het niet aan de verwachting heeft voldaan. Maar ja, er is veel tijdens deze productie waar ik mij over verbaas. Hulp komt uit onverwachte hoek (het thema van de productie ihkv Het Jaar van de Samaritaan), maar narigheid ook!
dinsdag 4 november 2008
Lest best

Omdat de kerk waar we gaan spelen ergens achter het winkel centrum staat en je er niet met een auto kunt komen onder winkeltijd, moet ik de spullen al voor 10uur brengen. Skeelerman assisteert. We spelen pas 's avonds, maar vanaf 19uur kan ik er weer komen. S. blijft bij mij. Het is een prachtige dag en we gaan in het zonnetje zitten op een terras. Kopje koffie, kopje thee. Niks aan de hand. En als ik het koud krijg (bij gebrek aan uierzalf) gaan we nog even naar binnen. Op straat staat een verwarde vrouw te schreeuwen. Als zij even later binnenkomt duurt het niet lang of er komt politie, die haar vraagt mee naar buiten te gaan. Eén van de agenten herkent mijn metgezel en vraagt zijn achternaam. Even later wordt hij meegenomen. Nou moe? Staat hij als Mr Ike ergens te schreeuwen en met tafels te gooien dan doen ze niks en zit hij rustig met mij aan de koffie dan moet hij ineens mee! Ik leg uit dat we een laatste voorstelling hebben en vraag of ze hem niet de volgende morgen kunnen meenemen en sla mezelf voor het hoofd dat ik niet net iets eerder ging afrekenen. Het mag niet baten, maar ze beloven mij op de hoogte te houden. Hij moet een gesprek aangaan met iemand van het crisisteam. Een paar uur later wordt hij weer vrijgelaten. Hij is er heel rustig onder gebleven, had een goed gesprek, zei-ie. De gebruikelijke tirades over opgejaagd worden blijven uit. Ook de rest van de dag/avond blijft hij heel ontspannen. De andere spelers zijn met de trein gegaan en worden onthaald op een heerlijke maaltijd. Ik durf met S. nergens meer naartoe te gaan en eet bij mij thuis een hapje. Tegen 19uur zijn we compleet en leggen de laatste hand aan de techniek. Iedereen is in een opperbeste stemming. De voorstelling draait dan ook als een tierelier. De spelers zijn op hun best! Het plezier spat eraf en de volle zaal (±175 man) geeft veel open doekjes en een staande ovatie. Naderhand is er een borrel en krijgen we veel persoonlijke reacties. We hadden het toernee niet beter af kunnen sluiten dan hier in Haarlem! De grande dame heeft op het station een gesprekje gehad met de bloemist (hoor ik van A.) en die roze rozen staan op mijn tafeltje. En elke keer dat ik ernaar kijk, denk ik: "Het is mooi geweest!".
Meeuwen en uierzalf
donderdag 30 oktober 2008
Osdorp in de Ban
Als ik 's middags het decor kom halen bij de Diaconie hoor ik het al van verre. Hij gaat weer helemaal door het lint, gooit met tafels en staat de longen uit zijn lijf te schreeuwen. Zijn mobiel is gejat! Het inmiddels vertrouwde tafereel volgt. De politie komt de tuin in tegelijk met de straatpastor, die hem probeert aan te spreken. Inmiddels zoekt iedereen zich een ongeluk naar de telefoon, die gewoon op de verwarming blijkt te liggen. De rust is wedergekeerd, maar hij heeft dan alweer een schorsing te pakken. Al zijn spullen liggen verspreid en we helpen hem de boel bij elkaar te krijgen. Ik was van plan om dan toch maar de voorstelling af te gelasten, maar word overgehaald door de Grande Dame. "Het is zo belangrijk voor hem om mee te doen. Je kan dat niet afnemen en hij trekt heus wel weer bij." Ik besluit om toch te spelen en spreek af, dat hij later komt dan de rest van de groep. Ik zal hem persoonlijk ophalen met de auto. We rijden naar de Osdorper Ban, de St Lucaskerk. De andere spelers hebben al opgebouwd als we aan komen. Soep en broodjes staan klaar. We doen de laatste klusjes en worden dan geintroduceerd. "Wij willen graag aandacht geven aan de daklozen..." en dat doen ze. Het publiek is warm, reageert geweldig en zingt uit volle borst mee als Teacher 'Goodnight Ireen' zingt. De spelers zijn goed op dreef en improviseren behendig. Het is niet te merken dat we twee spelers minder hebben. En ook Skeelerman is geestig en rustig. Na de voorstelling komt een mevrouw enthousiast naar mij toe. Ze heeft genoten, gelachen, maar ook een traantje weggepinkt. Er is een lange nazit en de spelers zitten uitgebreid te babbelen met het publiek. Opgelucht ruim ik alles op en bel de straatpastoor om verhaal te doen. Dit was waarom we aan het project waren begonnen. Een beetje begrip en sympathie voor de doorgaans opgejaagde dakloze. Wat fijn, dat het doorgegaan is. Nog één voorstelling te gaan.
dinsdag 28 oktober 2008
Na Delft
De trip naar Delft heeft erin gehakt. Spelers willen niet meer met elkaar en zelfs de straatpastor vraagt mij in overweging te nemen om er maar helemaal mee te stoppen. Toch zou ik dat jammer vinden. We zijn er bijna! Het is goed om toch het toernee af te maken. We spreken af om het weekend iedereen met rust te laten. Daarna zullen we de spelers benaderen om te kijken of ze het weer aan kunnen. Maandag ga ik verschillende plekken af in de stad op zoek naar hen. Danseres J. vind ik in de Buurtboerderij. Zij is weer een beetje bijgekomen, haalt diep adem, maar is toch bereid om weer te gaan spelen, zelfs als Skeelerman meedoet. Als zij maar nooit meer met hem in de trein hoeft te zitten. Zij heeft wel vraagtekens of de rest van de groep wel wil. Door naar inloophuizen, waar ik niemand zie en dan naar de schrijversclub voor dak- en thuislozen. Teacher, die weliswaar helemaal dol werd van Skeelerman en uitgebreid verslag begint te doen van de trip naar Delft, wil hoe dan ook toch spelen. De Dichteres zie ik ook, maar zij duikt meteen voor mij weg. 'Je bent niet aanspreekbaar?' vraag ik overbodig. "Nee!" en ze maakt zich snel uit de voeten. Die moet ik een paar dagen met rust laten, dat is duidelijk. De Bouwer is waarschijnlijk nog niet vrijgelaten. Op de plek waar hij altijd gaat eten laat ik een briefje achter. Voor hem is Skeelerman sowieso geen issue. Op dinsdag zie ik de rest van de groep. Ook zij zijn bereid om weer mee te doen, alhoewel men vreest dat de Skeelerman toch weer begint te schreeuwen. De dichteres heeft zich ziek gemeld en doet in ieder geval woensdag niet mee, maar misschien wel de laatste voorstelling. "Als die baardaap maar uit mijn buurt blijft!" laat zij de straatpastor weten. Ik had even de hoop om het toernee met de voltallige groep af te kunnen sluiten, maar hoor zojuist dat de Bouwer twee weken heeft gekregen voor die rol vuilniszakken.
zondag 26 oktober 2008
Treinreis terug
In Delft worden de spelers hartelijk ontvangen door een man in monnikspij. Dit is geen toneel- kostuum, maar zijn dagelijkse kloffie. Hij voelt zich vooral monnik, zegt hij glimmend boven zijn bolle buik. Vandaag ben ik laat aanwezig omdat ik uit het buitenland kom. Ik vertrouw erop dat de monnik het allemaal in goede banen weet te leiden. Hij kent de doelgroep als geen ander. De spelers moeten vandaag zelf opbouwen, van tevoren doorlopen, afspraken maken over het gezamenlijk reizen. Het voelt alsof je je kids loslaat. Ik ben er vlak voor het optreden en check de techniek. Ik mag niets zeggen en mij nergens mee bemoeien, wordt mij medegedeeld. Het is hun dag en dat is goed, maar ik steek toch een paar plugjes ergens anders in en wissel de lampen en filters om. Ik registreer hun vermoeidheid en zie ik dat A. staat te trillen op zijn benen. Afkicken? Voor het eerst raakt hij alle tekst kwijt van zijn liedje, waarmee de voorstelling opent. Maar verder gaat de voorstelling redelijk goed. De monnik vindt het allemaal geweldig en erg herkenbaar. Na het optreden moet ik weer gauw weg om het decor terug te brengen. Ik vind dat niet erg, want ben bekaf van de reis en bedenk dat ze het ook zonder mij wel kunnen. De monnik belt later die avond dat hij iedereen weer netjes bij het station heeft afgezet. Het drama gaat dan pas echt beginnen. Skeelerman heeft zijn radiootje aan en de conducteur verzoekt hem deze wat zachter te zetten. Maar Skeelerman laat zich niet commanderen door niets en niemand. Hij begint een hele tirade en doet dit met zoveel decibellen, dat treinreizigers uit de coupé wegvluchten en kinderen beginnen te huilen. De conducteur laat zich evenmin door niemand de les lezen en laat zich zeker niet toeschreeuwen. Hij gaat in de tegenaanval. Skeelerman wordt meegenomen in een belende ruimte, maar de discussie dendert door de wanden heen. Eén van de spelers is inmiddels naar het toilet gevlucht en belt snikkend en totaal overstuur de straatpastor. Op het volgende station staan 6 kleerkasten klaar om hem aan te pakken. Maar Skeelerman is tegen die tijd weer in een poessie veranderd. Hij weet donders goed hoe zijn kansen liggen en heeft eieren voor zijn geld gekozen. Even was er de dreiging dat de hele groep uit de trein gezet zou worden, maar men kon duidelijk maken dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid droeg. Skeelerman wordt de trein wordt uitgezet en de Grande Dame gaat uit solidariteit met hem mee. Straatpastor Mariska haalt de rest van de groep van het station af en duikt met hen de kroeg in zodat ze stoom af kunnen blazen. Het duurt even voordat ze gekalmeerd zijn. We hebben nog twee voorstellingen te gaan. Ik weet niet of we dat wel halen. Wordt vervolgd.
Treinreis heen
Als dakloze moet je zien te overleven en ieder heeft zo zijn/haar oplossingen. De Bouwer gaat steevast het grote vuil langs op zoek naar materialen die nog iets op kunnen brengen, zoals koper of staal. Hij heeft een karretje in elkaar geknutseld en dat hobbelt achter zijn fiets aan. Waar hij ook is, altijd schieten zijn ogen heen en weer naar bruikbare spullen. Zelfs lange peuken worden niet ontzien. Die kun je immers openpulken en nieuwe shaggies van draaien. Spullen bij elkaar graaien en snaaien is voor hem een tweede natuur. Maar soms gaat dat mis, want dan snaait hij iets wat helemaal niet bij het vuil ligt, maar gewoon op de schappen in de winkel. Zo was hij pas geleden opgepakt omdat hij een pak melk mee had genomen.
Het is vrijdag en we hebben een voorstelling in Delft. De spelers verzamelen zich op het Centraal Station. Ze zijn op dat moment compleet! Skeelerman moet persé zijn legerbrancard mee. Ze zien er al vrij opvallend uit als groep, maar met deze kar is dat nog veel erger. Helemaal als er geworsteld wordt met de roltrap. Al gauw krijgen ze aandacht van de spoorwegpolitie. Maar de treinkaartjes incl die voor de kar zijn in orde. Ze mogen door en wachten tot de trein eraan komt. Op een afstand worden ze nog steeds in de gaten gehouden. Maar de natuur van de Bouwer is ook hier niet te stuiten. Hij ziet een rol vuilniszakken op het schoonmaakkarretje liggen. Hij grist de rol weg en stopt hem onder zijn arm. Maar dat wordt gezien en de politie komt terug. Uitgebreid worden de identiteitskaarten gecontroleerd en de Bouwer wordt afgevoerd.
dinsdag 14 oktober 2008
Verloren
We spelen een aangepast programma in combinatie met de Straat klinkers,
het daklozen koor. Hoofdrolspeler A. is ook opgepakt en er zit niets anders op. De opkomst, ook van de koorleden is laag. Ik sta voor het buurthuis te wachten als tot mijn verbazing A. komt aanlopen met zijn maatje uit Ierland. Ze lopen met vermoeide tred, de hoofden gebogen. Beiden hebben een blikje bier in de hand. A. heeft een andere jas aan, valt mij meteen op. F. mist de veters uit zijn legerboots, waardoor de flappen sloom meedeinen. Geen vrolijk "hello my dear", maar een gekwelde blik in de ogen. Ze hebben 4 dagen vast gezeten, ergens aan de andere kant van Nederland. De inbeslaggenomen tas en jas bleken onvindbaar toen zij weer mochten vertrekken. "Al mijn teksten ben ik kwijt! Al mijn papieren!" Voor A. is het nog steeds belangrijk om zich intellectueel te voeden en te uiten. Het boekje wat ik hem pas voor zijn verjaardag heb gegeven is ook weg. Maar ja, dat kan ik opnieuw kopen. Erger zijn de teksten waar hij op heeft zitten broeden en waar hij trots op is, ook al is er niemand die ze leest. Het zijn de dingen die je koestert als je verder niets bezit. F. vertelt dat ze samen in een cel zaten en dat A. heel erg ziek was, omdat hij zijn dosis alcohol niet kreeg. A. is niet gauw uit het lood te slaan, maar vandaag maakt hij een verslagen indruk. De liedjes die hij uit de voorstelling zingt krijgen een emotionele lading mee en dat is nou wel weer heel erg mooi, ontroerend mooi.
Abonneren op:
Posts (Atom)

