Een uitkering heeft zij altijd geweigerd. Maar de leeftijd van pensioen gerechtigde naderde. Een ziekte kosten verzekering zou geen overbodige luxe zijn, bedacht deze ex-arts. De zichtbare trofee van dit gewonnen gevecht prijkt nu in haar mond. Het lieftallige gezicht van een moeder Theresa heeft nu de trekken gekregen van een mevrouw uit Zuid. Er zit iets hautains in het gezicht met de verfijnde lijntjes. En slechts een enkele zilveren draad siert de ongekamde donkere lokken. Sinds zij tanden heeft laat zij ze ook zien, deelt zij overbodig mede. Want dat hebben we gemerkt. Overal gaat zij in discussie, bijt de menigte haar ongezouten maar toch bloemrijke kritiek toe. De vele boeken die zij heeft gelezen en nog dagelijks tot zich neemt, hebben haar van top tot teen gevuld. De woorden en wijsheden lopen voortdurend over. Zij is als een lekkende kraan, die maar niet dicht wil. Flarden kennis en vlagen van kwaadheid trekken samen een nat spoor. En bij de tandarts hebben ze haar gevraagd: "Wilt u een gebit met of zonder haren op de tanden?" "Doet u die met haren maar" en haar ogen begonnen te glinsteren.
maandag 17 maart 2008
Gebit
Een uitkering heeft zij altijd geweigerd. Maar de leeftijd van pensioen gerechtigde naderde. Een ziekte kosten verzekering zou geen overbodige luxe zijn, bedacht deze ex-arts. De zichtbare trofee van dit gewonnen gevecht prijkt nu in haar mond. Het lieftallige gezicht van een moeder Theresa heeft nu de trekken gekregen van een mevrouw uit Zuid. Er zit iets hautains in het gezicht met de verfijnde lijntjes. En slechts een enkele zilveren draad siert de ongekamde donkere lokken. Sinds zij tanden heeft laat zij ze ook zien, deelt zij overbodig mede. Want dat hebben we gemerkt. Overal gaat zij in discussie, bijt de menigte haar ongezouten maar toch bloemrijke kritiek toe. De vele boeken die zij heeft gelezen en nog dagelijks tot zich neemt, hebben haar van top tot teen gevuld. De woorden en wijsheden lopen voortdurend over. Zij is als een lekkende kraan, die maar niet dicht wil. Flarden kennis en vlagen van kwaadheid trekken samen een nat spoor. En bij de tandarts hebben ze haar gevraagd: "Wilt u een gebit met of zonder haren op de tanden?" "Doet u die met haren maar" en haar ogen begonnen te glinsteren.
vrijdag 14 maart 2008
Bouwer
De 3 of 4 jaar dat de Bouwer op straat is komen te staan, heeft hem geenszins uit het veld geslagen. Hij bouwt zijn eigen woonplekken en als hij weer eens verjaagd wordt begint hij elders opnieuw. Hij heeft vele bedrijfsplannen en weet zeker dat hij zich aan dit dakloze bestaan zal ontworstelen. Hij gelooft in een grote toekomst. Hij had zich een paar weken niet laten zien, maar dook ineens weer op. Tijdens de repetitie werd hij plots boos en liep weg. Ik liet hem maar even begaan. Later ging ik naar hem toe en vroeg of het weer ging. Hij legde uit dat er soms een geest in zijn hoofd ging zitten, die heel vervelend doet. "Kun je niet tegen die geest zeggen, dat hij zich stil moet houden omdat je met een repetitie bezig bent?" "Meestal luistert hij niet naar mij, maar ik zal het proberen.' Even later staat hij weer op de speelvloer en doet zijn tekst vlekkeloos. Tekst die ontstaan is vanuit zijn eigen verhaal. Voor het eerst zonder stamelen, haperen en zonder vele bijzinnen. Hij staat er krachtig en zelfbewust bij.
donderdag 13 maart 2008
Teacher
Teacher is zijn bijnaam. Engelsman. Moeiteloos declameert hij Shakespeare. In Nederland zwerft hij zo'n 6 jaar, maar dat weet hij niet meer zeker. Als dakloze raak je de kalender kwijt. Hij zingt op straat om wat geld bij elkaar te scharrelen voor zijn biertjes. Als hij niet dronken is of in slaap valt is hij prima om mee te werken. Hij komt op tijd,leert zijn teksten en probeert de aanwijzingen toe te passen. Soms een beetje betweterig, maar dat hoort nou eenmaal bij hem. Hij laat graag weten hoeveel hij weet en zeker ook over toneel. In het stuk begint hij met een song van Bob Dylan; One more night. Hij heeft zijn eigen herinneringen aan het lied. Hij zong het ooit midden in de nacht, toen hij ergens in het stille landschap liep en verdreef daarmee zijn eigen eenzaamheid. Ik vraag hem dan ook om het op die manier te zingen. Eerst om de stilte te verdrijven om vervolgens bij zichzelf uit te komen en bij zijn verloren liefdes. En dan is het ineens heel ontroerend en kun je niet anders dan smelten voor deze man.
woensdag 12 maart 2008
Opkomst 2
De eerste dag in de kerk, de nieuwe repetitie ruimte, ben ik ruim op tijd. Ik heb brood,kaas en cup-a-soup meegenomen en zet de thee klaar. Er zijn koekjes van het huis. Tekstaanpassingen van een lied zijn uitgetypt, gekopieerd en leg ik klaar voor in hun mapjes, die ze vorige week hebben gekregen. En dan is het wachten. We hebben om 13uur afgesproken, maar er is helemaal niemand. Een kwartier later is er nog steeds niemand. Iets over 13.30uur komt de eerste, één van de thuislozen die wel een huis heeft, maar al 10 jaar in dit circuit vertoeft. "Is er geen koffie? Ik moet echt eerst koffie hoor, kom net m'n bed uit." Ze blijft een beetje morren, dat er alleen maar thee is. Er komen nog 3 mensen, maar de rest laat het erbij zitten. Twee van hen hebben net een vette joint gerookt. Het is al 14.30uur geweest als ik ze eindelijk de vloer op krijg. We werken misschien een half uur op een productieve manier en ik ben blij, dat in ieder geval één scène ineens veel beter gaat dankzij het podium wat we nu hebben. Maar dan gaat een van de spelers ineens een totaal ander stuk spelen. Zij had thuis iets bedacht en slaat nu een beetje op hol. Ik kan dit niet toelaten en leg uit waarom niet. Maar eigenwijs wil niets horen, protesteert hevig en van repeteren komt verder niets meer terecht. De anderen kijken zwijgzaam met vermoeide blikken toe. Aangezien het toch bijna tijd is sommeer ik hen geërgerd op te ruimen en het pand te verlaten. Ik doe de lichten uit, roep nog een aantal keer dat ze nu echt weg moeten. Ze willen niet komen, maar ze willen ook niet gaan.
maandag 10 maart 2008
Sterallures

Een van mijn spelers is een dakloze vrouw van 62, die al 15 jaar op straat leeft. Zij doet mee aan de voorstelling om even ergens binnen te kunnen zijn, voor een hapje en een pot warme thee. Zij spreekt met zachte stem, maar als zij iets gaat vertellen, dan moet je daar wel ruim de tijd voor nemen, want alle kennis die zij verworven heeft in haar leven komt dan voorbij. Citaten uit boeken, filosofieën, beroemde mensen, en dan eindelijk in dat laatste zinnetje begrijp je waar zij eigenlijk naartoe wilt. Het is een hele kunst om daar naar te luisteren. Ook heeft zij toneelstukken gelezen en zij weet het zeker. Zij kan alleen maar spelen als er ook een groot decor komt, een fraai kostuum, veel rekwisieten die de woorden illustreren die zij uit braakt (want anders snappen de mensen het niet) en natuurlijk mooi licht en volgspotjes en een draadloze microfoon. En nu is zij boos, want er komt geen groot decor, geen kostuum, zeer weinig rekwisieten en soms wel maar lang niet altijd spotjes. We moeten de voorstelling kunnen spelen in kleine buurthuizen, in kerken die niet verduisterd kunnen worden en maar een heel enkele keer zullen we in een klein theater staan. Opmerkelijk is het natuurlijk wel als je niet kunt spelen zonder theatrale verfraaiingen , maar wel kunt leven zonder huis en zonder uitkering.
Repetitieruimte
We zijn regelmatig verhuist. Eerst zaten we in een ruimte zo groot als een huiskamer, waar spontaan mensen binnenvielen, omdat daar ook inloopspreekuren worden gehouden van het Straatpastoraat, mijn opdrachtgever. Krapjes dus om te kunnen spelen. Toen konden we verhuizen naar een gigantische zolder met veel balken. Meteen was er meer inspiratie . Ook konden mensen de spelopdrachten gaan voorbereiden op verschillende plekken in die ruimte. Maar aan deze weelde kwam al gauw een einde, omdat het gebouw tot verboden bouwterrein bestempeld werd. We gingen terug naar de "huiskamer". In het gebouw van de Diaconie vonden we een kantoorruimte. Niet veel groter dan de huismaer, maar wel een stuk rustiger, omdat er geen inloop mogelijk was en met minder meubilair. Er bleek een grotere ruimte beneden in datzelfde gebouw en nadat we dachten die te hebben geconfiskeerd, bleken ze op de repetitiedag daar te vergaderen. En dat terwijl die mensen alleen maar stilzitten! Maar eindelijk is gisteren de oplossing gekomen. We kunnen repeteren in een kerk, waar we de voorstelling ook gaan spelen in april. Eindelijk de ruimte!
zaterdag 8 maart 2008
Opkomst

Het is altijd een verrassing wie er komt opdagen. Zelden is men op tijd en als de deelnemers dan eindelijk binnen druppelen moet er eerst een kopje thee gedronken worden, een broodje gegeten. Dan nog een sigaretje of even gebruik maken van de telefoon. Mensen willen ook graag hun persooonlijke verhalen kwijt. Halverwege de repetitie lopen er nog steeds mensen binnen. Sommigen komen eenmalig om te uit te proberen of het iets voor hen is of willen komen kijken als stagiair of als fotograaf. Maar wie binnenkomt moet meedoen is mijn stelregel. Ook als de Diaconie een rondleiding van hoge heren heeft, die toevallig onder de warming-up plaats vindt. Ze staan vrolijk mee te galmen bij de stemoefeningen, maar gaan er gauw vandoor als de spelimprovisaties beginnen. De spanningsboog van de spelers is kort en de zucht naar nicotine is groot. Na zo'n 3 kwartier is er alweer een spontane pauze ontstaan. Maar ach, gezellig is het wel.
Abonneren op:
Posts (Atom)

